WWFT

NORD Advocaten is gebonden aan de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: “Wwft”). Op grond van deze wet dienen de advocaten van NORD in de gevallen waarop deze wet van toepassing is, een cliëntenonderzoek te doen en (voorgenomen) ongebruikelijke transacties te melden. Hier kunt u meer lezen over de hoofdlijnen van de Wwft en de wijze waarop NORD daaraan invulling geeft.

TOEPASSINGSBEREIK

Het toepassingsbereik van de Wwft op advocaten volgt uit artikel 1a lid 4 sub c Wwft. Op grond van deze wetsbepaling is de Wwft van toepassing op advocaten die zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig advies geven of bijstand verlenen bij:

  1. het aan- of verkopen van registergoederen;
    b. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;
    c. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of
    soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de  Algemene wet inzake rijksbelastingen;
    d. het aan- of verkopen van aandelen in, of het geheel of gedeeltelijk aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen, vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
    e. werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van belastingadviseurs;
    f. het vestigen van een recht van hypotheek op een registergoed.

Ook is de Wwft van toepassing op advocaten die zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig optreden in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie.

Daarentegen is de Wwft niet van toepassing indien de advocaat werkzaamheden voor een cliënt verricht ingeval sprake is van – kort gezegd – een geschil (art. 1a lid 5 Wwft).

VERPLICHTINGEN

De verplichtingen voor NORD Advocaten houden kort gezegd in dat:
1. een cliëntenonderzoek moet worden verricht; en
2. (voorgenomen) ongebruikelijke transacties worden gemeld.

AD 1. IDENTIFICATIE EN CLIËNTENONDERZOEK

Advocaten dienen hun cliënten te identificeren. Dit is een algemene verplichting die volgt uit artikel 7.1 van de Verordening op de Advocatuur en ook geldt indien de Wwft niet van toepassing is. Identificatie dient vóór aanvang van de dienstverlening te geschieden. Bij een rechtspersoon of vennootschap (zoals een B.V. of N.V. ) zal een bestuurder zich moeten legitimeren. Indien de rechtspersoon op haar beurt bestuurd wordt door een andere rechtspersoon, dan dient de bestuurder van die andere rechtspersoon geïdentificeerd te worden. Uiteindelijk dient de identificatie plaats te vinden bij een bestuurder die een natuurlijke persoon is. Deze bestuurder wordt ook wel aangeduid als de Ultimate Beneficial Owner (UBO).Het handelsregister bij de Kamer van Koophandel wordt geraadpleegd om te controleren of de geïdentificeerde persoon bevoegd is om de transactie aan te gaan namens de vennootschap.

Identificatie geschiedt door het identificerend document in te zien of door een kopie daarvan te verlangen. NORD Advocaten beveelt het gebruik aan van de door de Rijksoverheid uitgegeven KopieID-app, waarmee ter voorkoming van (identiteits)fraude een watermerk aan het identificerend document kan worden toegevoegd en waarmee niet-relevante persoonsgegevens onzichtbaar kunnen worden gemaakt.

Indien de Wwft van toepassing is, zijn advocaten van NORD daarnaast verplicht een cliëntenonderzoek te verrichten. De omvang van het cliëntenonderzoek – dat onder meer een uitgebreidere identificatie- en verificatieplicht met zich mee kan brengen – is afhankelijk van de risicogevoeligheid voor witwassen en/of financieren van terrorisme van de cliënt. De Wwft maakt onderscheid tussen een regulier cliëntenonderzoek, een vereenvoudigd cliëntenonderzoek en een verscherpt cliëntenonderzoek.

AD 2. (VOORGENOMEN) ONGEBRUIKELIJKE TRANSACTIES

Ingeval de Wwft van toepassing is, is de betreffende advocaat van NORD verplicht om (voorgenomen) ongebruikelijke financiële transacties te melden bij FIU-Nederland (Financial Intelligence Unit-Nederland). FIU-Nederland verzamelt, registreert, bewerkt en analyseert de binnengekomen meldingen ten behoeve van het voorkomen en opsporen van misdrijven. Of sprake is van een (voorgenomen) ongebruikelijke transactie dient de advocaat te bepalen aan de hand van objectieve en subjectieve indicatoren. De wet kent twee objectieve indicatoren waarbij altijd gemeld moet worden. Deze objectieve indicatoren zijn:

  • een transactie van of ten behoeve van een (rechts)persoon die woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft in een staat die op grond van artikel 9 van de Vierde anti-witwasrichtlijn in gedelegeerde handelingen van de Europese Commissie is aangewezen als een staat met een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme; en
  • een transactie voor een bedrag van € 10.000,– of meer, betaald aan of door tussenkomst van de advocaat in contanten, met cheques aan toonder, een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) of soortgelijke betaalmiddelen.

Er is één subjectieve indicator waarbij de advocaat een afweging moet maken of gemeld moet worden. Deze subjectieve indicator is:

  • een transactie waarbij de advocaat aanleiding heeft te veronderstellen dat deze verband houdt met witwassen of financieren van terrorisme.

Verder moet de advocaat een melding doen indien het cliëntenonderzoek niet kan worden voltooid of een zakelijke relatie wordt beëindigd en er indicaties zijn dat sprake is van betrokkenheid bij witwassen of financieren van terrorisme (art. 16 lid 4 Wwft).

Nota bene: De advocaat mag van een dergelijke melding geen melding doen aan de betreffende cliënt. De geheimhoudingsplicht van de advocaat is bovendien niet van toepassing op (voorgenomen) ongebruikelijke transacties die op grond van de Wwft moeten worden gemeld (art. 18a Wwft).