ARBIT-2016 geïntroduceerd

Op 23 september 2016 zijn de nieuwe ARBIT-2016 voorwaarden vastgesteld. ARBIT staat voor Algemene Rijksvoorwaarden Bij IT overeenkomsten. Deze voorwaarden zijn door de overheid opgesteld en worden standaard door bestuursorganen van toepassing verklaard, indien zij IT-diensten afnemen. Een belangrijk kenmerk van deze voorwaarden is, dat zij tamelijk afnemervriendelijk zijn opgesteld. De meeste bepalingen zijn dus gunstig voor overheden. De ARBIT voorwaarden vormen daarmee in wezen de tegenhanger van de Nederland ICT Voorwaarden (opvolger van de ICT~Office Voorwaarden en de FENIT Voorwaarden), die juist meer leveranciersvriendelijk zijn.
Met de nieuwe ARBIT-2016 voorwaarden komen de oude ARBIT-2014 voorwaarden te vervallen. Voor ondernemers die regelmatig IT-diensten leveren aan overheden, is het van belang om te weten waarin de nieuwe voorwaarden verschillen ten opzichte van de oude. NORD brengt de belangrijke verschillen – die overigens niet zo talrijk zijn – in kaart.

Kwaliteitsborging (artikel 5 ARBIT-2016)

De tekst van artikel 5 over kwaliteitsborging is aangepast. Kwaliteitsborging houdt in dat bij de uitvoering van de overeenkomst maatregelen worden genomen die erop zijn gericht dat de opdrachtgever gebruik kan maken van de prestatie op de wijze waarop dat is overeengekomen. De nieuwe ARBIT-2016 voorwaarden vermelden nu expliciet dat kwaliteitsborging onderdeel van de overeenkomst is. De IT-leverancier is verplicht om uit eigen beweging maatregelen op het gebied van kwaliteitswaarborging te treffen en ook is hij verplicht om gehoor te geven aan voorstellen op dit punt van de opdrachtgever. Dit kan in de praktijk betekenen dat er extra aandacht moet worden geschonken aan zaken als gegevensbescherming conform ISO 27001 of extra maatregelen om de continuïteit van de betreffende dienst te waarborgen.

Vergoeding bij tussentijdse opzegging (artikel 30 ARBIT-2016)

In de nieuwe voorwaarden is in artikel 30 lid 6 een bepaling toegevoegd, die de opdrachtgever het recht geeft om de overeenkomst tussentijds door midden van een aangetekende brief te beëindigen, tenzij in de overeenkomst zelf (of ergens anders in de ARBIT-2016) anders is bepaald. De opdrachtgever is dan geen vergoeding aan de IT-leverancier verschuldigd. Indien de opdracht echter een eenmalig karakter heeft of een vaste looptijd, en er is tevens een vaste vergoeding tussen partijen afgesproken, dan heeft de wederpartij recht op een naar redelijkheid vast te stellen deel van deze vergoeding (artikel 30 lid 7 ARBIT-2016). De vergoeding is dan afhankelijk van de reeds door de IT-leverancier verrichte werkzaamheden.

Overname personeel

In de oude ARBIT-2014 voorwaarden stond een bepaling (artikel 33 lid 1 en 4), die het partijen verbood om zonder toestemming van de ander tijdens de uitvoering van de overeenkomst en binnen één jaar na beëindiging daarvan, personeel van elkaar in dienst te nemen of over indiensttreding te onderhandelen (zij het dat die toestemming niet zonder redelijke grond mocht worden geweigerd). Ook was het de IT-dienstverlener onder vigeur van de ARBIT-2014 niet toegestaan, om zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever personen bij de uitvoering van de overeenkomst te betrekken die binnen een periode van twee jaar voorafgaand aan de werkzaamheden bij opdrachtgever in dienst zijn geweest. Dit was dus in feite een soort verkapt relatiebeding. Deze bepalingen zijn in de nieuwe voorwaarden komen te vervallen.

Arbeidsvoorwaarden (artikel 53 ARBIT-2016)

In artikel 53 van de nieuwe ARBIT-2016 voorwaarden wordt de IT-leverancier verplicht om, behalve zich aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsvoorwaarden en de toepasselijke CAO te houden, alle arbeidsvoorwaarden op een inzichtelijke en toegankelijke wijze vast te leggen. Als de IT-leverancier een derde inschakelt die de overeenkomst met de opdrachtgever vervult, is de IT-leverancier verplicht deze verplichting ook aan die derde op te leggen. De IT-leverancier is voorts verplicht om mee te werken aan controles, audits en loonvalidaties van de bevoegde instanties. De begrijpelijke gedachte achter deze nieuwe bepaling is waarschijnlijk dat op overheden de (politieke) druk rust om enkel in zee te gaan met partijen die zich netjes aan de wet- en regelgeving houden.

Afdracht loonheffingen en omzetbelasting (artikel 67 ARBIT-2016)

Tot slot is er een kleine verandering aangebracht in de formulering van een bepaling over afdracht van loonheffingen en omzetbelasting. Volgens de oude bepaling was de opdrachtgever bevoegd om deze heffingen rechtstreeks te storten bij de Belastingdienst. Die optie is komen te vervallen. De opdrachtgever blijft – ook in de nieuwe ARBIT-2016 voorwaarden – bevoegd om de bedoelde heffingen te betalen op een zogenoemde g-rekening van de IT-dienstverlener. Indien de IT-dienstverlener niet over zo’n g-rekening beschikt, dan is de opdrachtgever gerechtigd om van de IT-dienstverlener te verlangen dat hij een g-rekening opent.

Vragen over de nieuwe ARBIT-2016?

Doet u als IT-leverancier regelmatig zaken met de overheid, schroomt u dan niet om contact op te nemen met de specialisten van NORD, indien u nog vragen heeft over dit onderwerp of bijstand in onderhandeling nodig heeft.

Geplaatst op 3 november 2016 door Koen Konings