De hyperlink

De basis van het Internet is de ‘hyperlink‘ of kortweg ‘link’. De link is vaak het onderstreepte verbindingsstukje in een tekst waarop geklikt kan worden, zoals deze link naar de website van NORD. Het verwijst simpelweg naar een andere locatie en/of pagina op internet. Het internet hangt van dergelijke verwijzingen aan elkaar.

Een specifieke soort hyperlink is de ‘inline link‘ waarmee men inhoud van een andere website, zoals bijvoorbeeld een plaatje of een filmpje, binnen de context van de eigen website kan weergeven. Dit heet ook wel ‘embedded linking’. Hierna volgt een link naar een filmpje van TechNewsDaily (een normale hyperlink), maar deze had ook binnen de context van dit blog kunnen staan als afspeelbaar Youtube-filmpje (een ‘embedded link’).

De grote vraag bij links plaatsen naar andermans content (door het auteursrecht beschermde werken): Mag dat wel zonder de toestemming van de rechthebbenden?

Het Svensson-arrest

Een recent arrest van het Europese Hof van Justitie tussen Svensson e.a. tegen Retriever Sverige AB over hyperlinken gaf het antwoord op de vraag en zorgt voor discussie. De eisers, allen journalist, hebben artikelen gepubliceerd in de krant en op de (vrij toegankelijke) website van de krant. Retriever Sverige exploiteert een website die haar klanten lijsten van aanklikbare internetlinks verstrekt naar op andere websites gepubliceerde artikelen, waaronder de artikelen van de journalisten.

De nieuwsartikelen zijn beschermde werken waarop de journalisten auteursrechten hebben. Indien het linken door Retriever Sverige een auteursrechtelijke handeling zou zijn (‘mededeling aan het publiek’), dan zouden de journalisten de links kunnen verbieden op grond van hun auteursrechten.

Het Hof maakt echter korte metten met deze stelling en concludeert dat de eigenaar van een website, zoals die van Retriever Sverige, zonder toestemming van de houders van het auteursrecht via hyperlinks kan doorverwijzen naar beschermde werken die op een andere website vrij beschikbaar zijn. Die hyperlinks kunnen zelfs ‘embedded links’ of ‘deep links’ zijn, omdat het Hof redeneert in overweging 29:

Deze vaststelling wordt niet op losse schroeven gezet indien (…) wanneer de internetgebruikers op de betrokken link klikken, het werk verschijnt en daarbij de indruk wordt gewekt dat het wordt getoond op de website waar de link zich bevindt, terwijl dit werk in werkelijkheid afkomstig is van een andere website.

Hoewel het Hof erkent dat het linken naar beschermde werken een ‘mededeling’ is, gaat het erom of deze mededeling wordt gedaan aan een ‘nieuw publiek’. Wanneer werken echter vrij aangeboden worden op het internet, dan is er volgens het Hof geen sprake van een ‘nieuw publiek’.

Overigens is het nog discutabel of het Hof het linken wel terecht als een ‘mededeling’ beschouwt, aangezien er geen transmissie van het beschermde werk plaatsvindt. Als we deze stelling zouden doortrekken, dan zou dat immers betekenen dat in beginsel wél auteursrechtelijke licenties van toepassing zouden moeten zijn op alle hyperlinks. Dat zou voor de werking van het internet onwenselijk kunnen zijn. Zo concludeert ook the European Copyright Society in haar rapport (pdf). Het is inmiddels echter de standaard in de jurisprudentie dat het begrip ‘mededeling’ ruim moet worden opgevat om auteursrechthebbenden een groter beschermingsniveau te bieden.

Maar ook de stelling van het Hof, dat als er geen nieuw publiek wordt bereikt er gelinkt mag worden, betekent echter niet dat iedereen plotseling naar alle beschermde werken mag linken zonder toestemming van de rechthebbenden. Als een link de gebruiker in staat stelt om beperkingsmaatregelen te omzeilen naar beschermde werken, dan behoort de gebruiker van die link volgens het Hof niet tot het beoogde publiek. Dan is er wel degelijk sprake van een ‘mededeling aan het (nieuwe) publiek’ waarover de rechthebbenden iets te zeggen hebben. Een zogenaamde ‘paywall‘ beperkt het publiek en werpt daarmee ook een juridische barrière op tegen linken.

En wat ook opvallend is, is dat het Hof het -ook voor wat betreft ‘embedded linken’- spreekt over ‘op de betrokken link klikken‘. In de hierboven geciteerde overweging lijkt het Hof enerzijds ‘embedded linking’ gewoon toe te willen staan, maar wellicht enkel wanneer daar eerst op geklikt wordt? Als we dit letterlijk moeten nemen, dan zou het wel eens een wassen neus kunnen zijn. Immers, de meeste ‘embedded links’ tonen de content al automatisch zonder dat erop geklikt hoeft te worden.

Ten slotte sluit het Svensson-arrest ook niet uit dat er geen andere vormen van aansprakelijkheid voor linken om de hoek kunnen komen kijken. Met name kan in dat kader gedacht worden aan aansprakelijkheid uit het faciliteren van het plegen van auteursrechtinbreuken (onrechtmatige daad), oneerlijke mededinging en inbreuk op bepaalde persoonlijkheidsrechten. Deze onderwerpen kwamen in het arrest niet aan de orde. Dus ook niet of linken naar beschermde werken, die zonder toestemming van de rechthebbenden online zijn gezet, is toegestaan.

Het gangbare standpunt tot Svensson in Nederland

Nederland hanteert niet het Europese begrip ‘mededeling aan het publiek’ uit artikel 3 van de Auteursrechtrichtlijn, maar een iets ruimer openbaarmakingsbegrip in de Auteurswet . Wat in Europa ‘mededeling aan het publiek’ wordt genoemd, kan in Nederland worden beschouwd als ‘secundaire openbaarmaking‘ uit artikel 12 lid 1 sub 4 Auteurswet. Het toegankelijk maken van een beschermd werk, bijvoorbeeld door een hyperlink, werd in Nederland altijd beschouwd als een ‘secundaire openbaarmaking’.

In de Nederlandse rechtspraak werd tot het op heden steeds aangenomen dat het plaatsen van een hyperlink, waarmee enkel toegang geboden wordt tot een andere website waarop het beschermde werk staat, niet als een openbaarmaking heeft te gelden. Dit werd gewoon beschouwd als een verwijzing naar een andere website.

De opinie was echter anders voor wat betreft ‘embedded links’, waarbij het bekijken of beluisteren van beschermde werken elders binnen de context van de eigen website plaatsvindt, en waardoor het mogelijk is om op de eigen website profijt te trekken van dat bekijken of beluisteren. Dit werd steeds beschouwd als een ‘secundaire openbaarmaking’ die de rechthebbende kan verbieden op basis van zijn auteursrechten. Zo werd eind 2012 in hoger beroep Nederland.fm nog door Rechtbank ‘s-Gravenhage een verbod opgelegd tot openbaar maken van hun ‘embedded links’ naar radiostreams van Nederlandse radiozenders. Deze uitspraak lijkt onhoudbaar na Svensson.

Het Svensson-arrest zorgt dat het openbaarmakingsrecht van auteursrechthebbenden dus meer beperkt moet worden uitgelegd dan steeds gedacht werd. De Nederlandse wet moet immers in de geest van de Europese richtlijn worden uitgelegd.

Conclusie: legaal linken iets verruimd?

Allereerst kunnen we vaststellen dat linken naar beschermde werken nu definitief is toegestaan als deze werken vrijelijk (en met toestemming van de rechthebbende!) op het internet toegankelijk zijn. Anders gezegd: het openbaarmakingsrecht van de rechthebbende is iets verkleind, zodat personen die graag verwijzen naar content van derden geen inbreuk maken op auteursrechten.

Rechthebbenden of exploitanten van websites, die hun content willen beschermen tegen linken, kunnen het beste technische maatregelen nemen om het opvragen van hun content door externe websites te voorkomen. Dat kan bijvoorbeeld op serverniveau (htaccess) en/of door middel van een zogenaamde ‘paywall’.

Personen die graag de content van derden op hun website willen ‘embedden’ hebben echter nog geen duidelijkheid door de wat onduidelijke redenering van het Hof. Verdere rechtspraak zal hier duidelijkheid over moeten gaan verschaffen. Wellicht dat in de toekomst het Hof haar mening zal bijstellen en in een hyperlink überhaupt geen ‘mededeling’ ziet, vanwege het ontbreken van een technische transmissie van de beschermde werken. De tijd zal het leren. NORD zal u in ieder geval op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Geplaatst op 1 april 2014 door Koen Konings