Leestijd: 6 minuten
De positie van makers staat opnieuw volop in de schijnwerpers. Waar de Wet auteurscontractenrecht in 2015 al een belangrijke stap zette richting betere bescherming van auteurs en uitvoerend kunstenaars, heeft de wetgever inmiddels een volgende stap gezet. Met de inwerkingtreding van de Wet versterking auteurscontractenrecht per 1 januari 2026 zijn de rechten van makers verder aangescherpt en uitgebreid. Deze ontwikkelingen raken niet alleen nieuwe contracten, maar ook bestaande afspraken die soms al jarenlang ongewijzigd zijn. In deze blog zetten wij uiteen welke wijzigingen zijn doorgevoerd en wat deze betekenen voor auteurs, uitvoerend kunstenaars en exploitanten.
Wet Auteurscontractenrecht
Op 1 juli 2015 is de Wet auteurscontractenrecht (‘Wet ACR’) in werking getreden. De Wet ACR heeft geleid tot belangrijke wijzigingen in de Auteurswet (‘Aw’) en de Wet op de naburige rechten (WNR) op het gebied van auteurscontracten. Auteurscontracten zijn contracten waarbij een auteur een exploitatiebevoegdheid verleent aan een exploitant middels overdracht van het auteursrecht of verlening van een (exclusieve) licentie. Denk bijvoorbeeld aan de uitgifte van een boek of muziek. Op de overeenkomst tussen de auteur en de uitgever is het auteurscontractenrecht van toepassing.
De bedoeling van de Wet ACR is het versterken van de contractuele positie van auteurs en uitvoerende kunstenaars ten opzichte van de exploitanten van hun werken. Om dat doel te bereiken heeft de wetgever in 2015 belangrijke rechten toegekend aan de auteur, zoals:
- Een recht op een billijke vergoeding bij de verlening van exploitatiebevoegdheid (artikel 25c Aw);
- Een recht op een aanvullende billijke vergoeding als er een groot verschil is tussen de overeengekomen vergoeding en de exploitatie-opbrengsten; de zogenaamde ‘bestsellerparagraaf’ (artikel 25d Aw); en
- Een recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst als de exploitant het werk onvoldoende exploiteert; de zogenaamde ‘non-usus bepaling; (artikel 25e Aw).
Verder kunnen auteurs onredelijke contractsbepalingen vernietigen (artikel 25f lid 2 Aw). Bovendien zijn deze bepalingen van zogenaamd half-dwingend recht: er kan niet ten nadele van de maker contractueel van deze rechten worden afgeweken (artikel 25h Aw).
Via een schakelbepaling in artikel 2b WNR zijn deze regels ook van toepassing op uitvoerende kunstenaars.
Wet versterking auteurscontractenrecht
Bij de parlementaire behandeling van de Wet ACR heeft de regering toegezegd dat de wet vijf jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. In 2020 heeft deze evaluatie plaatsgevonden. Naar aanleiding van de evaluatie heeft de wetgever een voorstel gedaan tot wijziging van het auteurscontractenrecht. De Wet versterking auteurscontractenrecht (‘Wet versterking ACR’) is op 1 januari 2026 in werking getreden.
Net als zijn voorganger beoogt de Wet versterking ACR dat auteurs en uitvoerend kunstenaars beter kunnen delen in de opbrengst van de exploitatie van hun werken en uitvoeringen, en hun rechten eenvoudiger kunnen herkrijgen als de exploitatie die niet of onvoldoende exploiteert.
De Wet versterking ACR brengt een aantal belangrijke wetswijzigingen met zich mee.
Toepassing op oudere exploitatieovereenkomsten
Met uitzondering van een aantal wetsbepalingen was de Wet ACR niet van toepassing op exploitatieovereenkomsten die vóór 1 juli 2015 waren gesloten. Veel oudere overeenkomsten konden daardoor niet worden opengebroken. Dat is nu anders. Het huidige auteurscontractenrecht is ook van toepassing op oudere exploitatieovereenkomsten.
Van ontbinding naar opzegging
Zoals gezegd voorzag de Wet ACR in een recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst als de exploitant het werk onvoldoende exploiteert. Een kritiekpunt bij de evaluatie van de Wet ACR was dat onduidelijk is hoe het recht op ontbinding zich verhoudt tot het algemene recht op ontbinding bij wanprestatie (art. 6:265 BW). Om een overeenkomst wegens wanprestatie te ontbinden, is namelijk in beginsel verzuim van de schuldenaar vereist, wat de auteur zou moeten aantonen. Bovendien was ten tijde van de invoering van de Wet ACR omstreden of een exploitatieovereenkomst opgezegd kan worden. In 2017 heeft de Hoge Raad in het arrest Nanada/Golden Earring echter een einde aan die onzekerheid gemaakt door te bepalen dat een voor onbepaalde duur gesloten exploitatieovereenkomst kan worden opgezegd, mits sprake is van een voldoende zwaarwegende grond.
Met de Wet versterking ACR heeft de wetgever de mogelijkheid aangegrepen de wet aan te passen, door het ontbindingsrecht bij non-usus te wijzigen in een opzeggingsrecht (art. 25e lid 1 Aw). Zowel ontbinding als opzegging leiden tot beëindiging van de overeenkomst, maar de verdere rechtsgevolgen zijn verschillend. Anders dan bij opzegging het geval is, leidt ontbinding tot een verplichting de reeds ontvangen prestaties ongedaan te maken.
Geen aktevereiste bij exclusieve licenties
Voor de overdracht van het auteursrecht is een akte vereist, oftewel een ondertekend geschrift dat bestemd is om als bewijs te dienen. In de Wet ACR heeft de wetgever dit aktevereiste uitgebreid naar de verlening van exclusieve licenties.
Dit laatste heeft de wetgever met de Wet versterking ACR deels teruggedraaid. Voldoende voor de verlening van een exclusieve licentie is dat die schriftelijk wordt aangegaan. Hoewel dit een lichter vereiste is, is nog niet duidelijk wat het schriftelijkheidsvereiste betekent voor elektronisch verkeer. Dat zal de rechtspraak moeten uitwijzen.
Beperking bij overdracht
Voor overdracht van het auteursrecht geldt net als voorheen een aktevereiste. Gewijzigd is dat de overdracht nu alleen de bevoegdheden omvat die uitdrukkelijk in de overeenkomst staan vermeld. De achtergrond daarvan is te voorkomen dat auteurs onbedoeld te veel rechten overdragen.
Persoonlijkheidsrechten na overlijden
Persoonlijkheidsrechten – ook wel morele rechten genoemd – zijn rechten die de persoonlijke band tussen de maker en zijn werk benadrukken. Denk aan het recht op naamsvermelding en het recht van de maker zich te verzetten tegen bepaalde wijzigingen in zijn werk.
Hoewel de exploitatierechten (rechten van verveelvoudiging en openbaarmaking) bij overlijden van de maker overgaan op diens erfgenamen, bepaalde artikel 25 lid 2 Aw tot voor kort iets anders bij persoonlijkheidsrechten. Die rechten kwamen te vervallen, tenzij de auteur bij testament iemand had aangewezen die die rechten mocht uitoefenen.
Onder het huidige recht komen de persoonlijkheidsrechten na overlijden van de maker automatisch toe aan diens nabestaanden als de maker niemand heeft aangewezen. De persoonlijkheidsrechten kunnen dus niet meer vervallen bij het overlijden van de maker. Dankzij deze wetswijziging kunnen nabestaanden controle uitoefenen over de persoonlijkheidsrechten van de auteur.
Zie over persoonlijkheidsrechten ook ons eerdere blogbericht.
Auteurscontracten laten opstellen en controleren door NORD
Voor auteurs die een exploitatiebevoegdheid verlenen aan een exploitant, is het verstandig het auteurscontract te laten controleren op actualiteit. Ook auteurs en uitvoerend kunstenaars die voornemens zijn in zee te gaan met een exploitant doen er verstandig aan het exploitatiecontract te laten opstellen of controleren door een advocaat gespecialiseerd in auteursrecht. De advocaten van NORD zijn gespecialiseerd in auteursrecht. Neem vrijblijvend contact op om een afspraak in te plannen.