Leestijd: 5 minuten

Overzicht

Hoe verhoudt het recht zich tot social media? Op dit blog zal NORD in de vorm van een serie een overzicht geven van enkele opvallende juridische complicaties uit de praktijk, opgedeeld naar onderwerp:

  1. Inleiding en definities
  2. Vrijheid van meningsuiting
  3. Privacy
  4. Intellectueel eigendomsrecht
  5. Telecommunicatierecht
  6. Arbeidsrecht
  7. Aansprakelijkheid van de social mediabeheerder
  8. Conclusie en download

Vrijheid van meningsuiting

In principe staat het iedereen vrij om zijn of haar mening te uiten. Dit grondrecht is verankerd in artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM. Natuurlijk zijn er wel grenzen aan de vrije meningsuiting, want het zonder voorafgaand verlof uiten van een mening is behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Het Wetboek van Strafrecht (Sr) verbiedt bijvoorbeeld smaad, laster, bedreiging en bedrog. Maar ook bijvoorbeeld de Auteurswet (Aw) of de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), waarover hierna meer, stellen wettelijke grenzen waarbinnen de meningsuiting moet blijven.

In lid 2 van artikel 10 EVRM wordt de begrenzing mooi verwoord:

“Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.”

Het bovenstaande geldt onverkort ook voor social media en daar is in de praktijk al jurisprudentie over ontstaan. De Hoge Raad bevestigde recentelijk het oordeel van het hof, dat het via Hyves beschikbaar maken van een dagboek -waarin de verdachte haar ex-partner beschuldigde van seksueel misbruik- gekwalificeerd wordt als smaad in de zin van artikel 261 Sr. In een arrest van Hof Den Bosch wordt echter een verdachte vrijgesproken van smaad op MSN, omdat niet wordt voldaan aan het bestanddeel “met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven”. De verzender van de tweet aan het adres van Geert Wilders met de tekst “Rijkelijke beloning voor diegene die Wilders z’n keel doorsnijdt. Liefst van rechts naar links, maar van links naar rechts is ook ok!” werd beloond met een werkstraf van 130 uur voor bedreiging ex artikel 285 Sr. Het Hof bevestigde in hoger beroep de strafbaarheid. In een andere zaak, een paar maanden daarvoor, kwamen andere Twitteraars ook niet onder hun straf uit, ondanks een beroep op ‘satire’, met soortgelijke levensbedreigende uitingen. Hetzelfde gold voor iemand die de koningin en een burgemeester via Twitter bedreigde.

Als men iets kritisch op social media zet waarbij men te denigrerend is en/of de beschuldigingen onvoldoende onderbouwt, dan is dat ook onrechtmatig. Een hondenfokker denigrerend “broodfokker” noemen werd door de kantonrechter in Breda ook onrechtmatig geacht, mede omdat de plaatser van de berichten slechts op basis van vermoedens leek te handelen. Ook het beschuldigen van een advertentiebedrijf van het op malafide wijze ronselen van advertenties, zonder dat dit is gebaseerd op eigen ervaringen, ging de Almelose rechter te ver.

Een onrechtmatige uiting kan ook leiden tot de verplichting om de uiting te rectificeren. In een vonnis van de Amsterdamse voorzieningenrechter werd de Telegraaf veroordeeld tot rectificatie via social media Facebook en Twitter, aangezien Telegraaf onzorgvuldig schadelijke berichten had geplaatst via diverse ingangen op het internet over telecommunicatiebedrijf Pretium. De vordering van Pretium tot wijziging van alle links naar de onrechtmatige artikelen werd, ondanks de olievlekwerking van het internet, vanwege de verstrekkendheid niet toegewezen. In hoger beroep werd de Telegraaf echter onder meer veroordeeld tot het geplaatst houden van de rectificaties op haar websites voor een periode van minimaal één jaar en het verzoeken om het bestreden artikel uit de cache van zoekmachines te halen. In een andere zaak beval de voorzieningenrechter te Breda dat een anonieme blogger zijn identiteit in de rectificatie moest prijsgeven.

Vervolg

Lees ook op dit blog: Deel 3 over social media en privacy.

Geplaatst op 29 april 2013 door Koen Konings